|
Schema: zorg dat je dit schema vát, dus weet wanneer wat wat is en hoe je het kan herkennen.
Je moet de volgende begrippen uit dit schema kennen:
isomeer, structuur isomeer, stereo-isomeer, cis-trans isomeer, optische isomeer (=enantiomeer).

Definities:
Leer deze zinnen uit je hoofd, zodat je goed antwoord kan geven als ik vraag óf er wel of niet sprake is van stereo-isomerie
Isomerie
Zelfde molecuulformule, andere structuurformule
Structuurisomerie
= de atomen zitten op andere plekken vast: de naam is ook anders! Andere stofeigenschappen.
Stereo-isomerie
= optische isomerie (met een asymmetrisch koolstoatoom) én cis-trans isomerie
Een molecuul kan cis-trans isomerie vertonen, als er niet-draaibare bindingen (=dubbel of cyclo!) inzitten
én de groepen aan één koolstofatoom niet hetzelfde zijn. Andere stofeigenschappen.
Als een atoom asymmetrisch is (= 4 verschillende zijgroepen heeft)
Kan het
een molecuul optische isomerie vertonen (= dat het spiegelbeeld niet opposable is op het origineel)
waardoor de stof optische activiteit vertonen (= dat het gepolariseerd licht laat draaien)
Alleen herkenbaar aan optische activiteit en biochemische reacties
Racemisch mengsel
= een mengsel van links- en rechtsdraaiende vormen van een “optisch actieve” stof. Doordat er evenveel naar links als naar rechts draait, zal er geen breking van gepolariseerd licht optreden en is er dus GEEN optische activiteit.
Let op! Dit kan dus alleen maar als er EVENVEEL (50%) van de ene vorm aanwezig is en evenveel (50%) van de andere vorm!!!
Er is dus wel een asymmetrisch koolstofatoom in het molecuul aanwezig!
Nog even oefenen met stereo-isomerie:
Geef van deze moleculen
- de structuurformule
- in een goede zin aan of er wel- of niet stereo isomerie op kan treden
(dus van cis/trans isomerie én van optische isomerie!)
1. methaan
2. 1,2-dibroometheen
3. 2-broom-2-butanol
4. 2,2-dichloorcyclobutaan
5. 1,4-dijoodcyclohexaan
6. 1,4-dibroombenzeen
7. melkzuur
8. 4-hydroxy-2-methyl-2-penteen
Opgaven, handig om te oefenen voor toets V6.2.1
Hoofdstuk 14
Chromatografie, rendement berekeningen én natuurlijk die orde reactiemechanisme dingen (opg. 22 + 23!!!)
Hoofdstuk 16
§1 - ga ik geen vragen over stellen, maar dit moet je wel kennen om te snappen waaróm er cis/trans en optische isomerie is
§2 – 8, 11
§3 – schema kunnen tekenen op pag. 251/252 (weten hoe dat met gepolariseerd licht werkt)
§4 – 19, 20, 25
§5 – 26, 28, 30 (!)
§6 – 31, 32, 33, 35 (!), 36 (!)
Voorbeeld proefwerkopgaven en extra oefenopgaven zijn ook GOED!
Net als het oefenen van structor, natuurlijk….
Welke reacties moet je kennen uit hst. 3 + 12?!
- additie (H3)
- substitutie (H12)
- verestering (H12)
- hydrolyse (H12)
Kijk ook op het “overzicht reactievergelijkingen” op mijn site!
|